Skip to main content

Thema’s: UWV

Aandachtspunten Prinsjesdag op het gebied van arbeid en inkomen

Let op! Inmiddels heeft het kabinet in een Kamerbrief van 29 september 2026 laten weten dat de eerder voorgenomen hervormingen op de WW, de tegemoetkoming arbeidsongeschikten en de WIA (IVA) niet doorgaan. Het kabinet wil met werkgevers en werknemers komen tot een sociaal akkoord met daarin de benodigde hervormingen. Het van de begroting halen van de hervormingen betekent dat dit ten laste gaat van de begrotingen van alle ministeries, met uitzondering van Defensie, Justitie en Veiligheid, het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds.

Uitstel bekorting WW- duur

Het kabinet wil de maximale duur van de WW-uitkering en van de daaraan gekoppelde duur van de WGA-loongerelateerde uitkering terugbrengen van nu maximaal 24 maanden naar straks maximaal 12 maanden. Het aanvankelijke plan was om dit per 1 januari 2028 in te voeren, maar dit staat nu gepland per 1 januari 2029. Ook zal de zogenaamde wekeneis om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering dan worden aangescherpt.

Verlaging maximumdagloon met 20% gaat niet door

Er waren plannen om het maximumdagloon te verlagen met 20%. Zo’n verlaging werkt door in de WIA, WAO, ZW, WW en de verlofregelingen op grond van de Wet arbeid en zorg. Uit de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) volgt dat de verlaging niet door gaat. Het maximumpremieloon zal daardoor in 2029 ook niet dalen.

Uitstel afschaffing tegemoetkoming arbeidsongeschikten van 2028 naar 2029

De tegemoetkoming voor extra ziektekosten voor werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (€ 226,28 netto in 2026) zou aanvankelijk al in 2026 afgeschaft worden, maar dit is steeds uitgesteld. De afschaffing is nu verder uitgesteld naar 2029.

Nieuwe banenafspraak en verbreding doelgroep

De doelgroep van de nieuw banenafspraak wordt verbreed met mensen uit de WW en WIA die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Daarnaast komt het instrument loonkostensubsidie onder meer beschikbaar in de WIA, WW en Wajong. In de Wajong zal de loonkostensubsidie dan mogelijk de loondispensatie gaan vervangen. Het wetsvoorstel Verdere verbreding doelgroep banenafspraak gaat naar verwachting in 2027 naar de Tweede Kamer.

Nieuwe regeling leven lang ontwikkelen

Vanaf 2028 wordt bezuinigd op de re-integratiemiddelen binnen de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Er komt wel een verhoging van het budget voor een leven lang ontwikkelen. Vanaf 2028 komt hiervoor structureel € 100 miljoen per jaar beschikbaar. De regeling beoogt scholing toegankelijker te maken voor mensen die aan het werk willen, willen doorgroeien of willen overstappen naar ander werk.

Vereenvoudiging verlofstelsel vanaf 2028

Het kabinet streeft ernaar een nieuwe Verlofwet in te voeren als opvolger van de huidige Wet arbeid en zorg. Het betreft een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken van de diverse verlofvormen zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk.

Verhoging minimumjeugdloon vanaf 2027

Het wettelijk minimumjeugdloon gaat per 1 januari 2027 omhoog voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar. Voor 15-jarigen daarentegen blijft het minimumjeugdloon volgens de regeling gelijk. Het kabinet wil zo de financiële positie van werkende jongeren verbeteren.

Sommige rechters geven UWV 52 weken voor WIA-herbeoordeling

Als het UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit neemt, kan de werkgever het UWV in gebreke stellen. Daarna kan de werkgever beroep instellen bij de rechtbank vanwege het uitblijven van de herbeoordeling. Verklaart de rechtbank dit beroep gegrond, dan geeft de rechtbank het UWV normaliter twee weken de tijd om de herbeoordeling alsnog uit te voeren. Rechtbank Gelderland wijzigde echter haar koers en besliste anders. Eerder deed rechtbank Limburg dat ook al.

Bijzonder geval

Uit de wet volgt dat een rechter kan afwijken van de twee weken als sprake is van een bijzonder geval. Volgens rechtbank Gelderland is hier sprake van een bijzonder geval. Het UWV kampt namelijk met grote en oplopende achterstanden in de sociaal-medische dienstverlening in combinatie met een gebrek aan verzekeringsartsen. Herbeoordelingen van mensen die al een WIA-uitkering ontvangen krijgen daarbij in 2026 in beginsel geen prioriteit, tenzij sprake is van een schrijnende situatie. Bij dit laatste gaat het om problemen van financiële aard of situaties waarin het wachten op een herbeoordeling kan leiden tot verslechtering van de gezondheid van de (ex)-werknemer.

Nu sprake is van een bijzonder geval, vindt de rechtbank dat een langere beslistermijn dan twee weken moet worden opgelegd.

Wachttijden UWV

Bij het bepalen van de langere beslistermijn betrekt de rechtbank de wachttijden bij het UWV. Deze komen door een tekort aan verzekeringsartsen en zijn niet op korte termijn op te lossen. Het UWV heeft gekozen voor prioritering op basis van inkomenszekerheid. Daarbij wordt de hoogste prioriteit gegeven aan Wajong-aanvragen en aanvragen beoordeling arbeidsvermogen. Verder wordt prioriteit gegeven aan WIA-eindewachttijdbeoordelingen. Er wordt in 2026 geen voorrang meer gegeven aan herbeoordelingsverzoeken en bezwaarschriften waartegen een beroep vanwege het niet tijdig beslissen is ingesteld. Door de gestelde prioriteiten behandelt het UWV in 2026 dus ook geen herbeoordelingen van (ex-)werknemers die al een WIA-uitkering hebben en geen bezwaarzaken, tenzij sprake is van een schrijnende situatie. Het is ook nog niet duidelijk of dat in 2027 wel mogelijk is.

Langere beslistermijn

De rechtbank oordeelt dat de op te leggen beslistermijn recht moet doen aan de reële mogelijkheden van het UWV om beoordelingen zorgvuldig af te handelen. De rechtbank wil geen termijn stellen waarvan het bij voorbaat duidelijk is dat het UWV die gelet op de capaciteitsproblemen en prioritering niet zal gaan halen. De termijn moet echter ook tegemoetkomen aan het belang van de aanvrager om binnen afzienbare tijd een besluit te ontvangen.

De rechtbank wijkt vervolgens expliciet af van haar eerdere lijn uit april 2025 en sluit aan bij uitspraken van de rechtbank Limburg van 6 augustus 2026, omdat de rechtszekerheid niet wordt gediend met verschillen tussen de lijnen van de rechtbanken op dit punt. Voortaan krijgt het UWV bij dit type herbeoordelingen van rechtbank Gelderland in beginsel 52 weken na verzending van de rechtbankuitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er wordt daarbij niet langer onderscheid gemaakt tussen aanvragen van werknemers en (ex-)werkgevers.

Let op! Als sprake is van een schrijnend geval kan de rechtbank een andere (kortere) beslistermijn opleggen. Degene die zich beroept op een schrijnend situatie moet dat wel motiveren.

Andere termijnen bij zaken met prioritering

De beroepen die zien op zaken die binnen de door het UWV aangegeven prioritering vallen (denk aan Wajong-aanvragen en aanvragen beoordeling arbeidsvermogen en eindewachttijdbeoordelingen), zullen door de rechtbank vooralsnog aan de hand van haar eerdere lijn worden behandeld. Daarbij wordt wel onderscheid gemaakt tussen werknemersberoepen en werkgeversberoepen. Voor een werknemersberoep is de beslistermijn dan twee maanden en voor een werkgeversberoep vier maanden, gerekend vanaf de verzending van de rechtbankuitspraak.

Dwangsom bij overschrijding beslistermijn

Overschrijdt het UWV de gestelde termijn, dan geldt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.

Geen arbeidskorting over uitkering vanaf 2027

Arbeidskorting

De arbeidskorting is een korting op de te betalen belasting waarop iemand recht heeft als hij werkt. De hoogte van de korting is onder meer afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en bedraagt in 2026 maximaal € 5.685.

Arbeidskorting op uitkering

In bepaalde situaties ontvangt een werknemer behalve loon ook een uitkering. Deze kan rechtstreeks door het UWV betaald worden of via de werkgever.

Het UWV kan op de belasting die geheven wordt over de uitkering geen arbeidskorting inhouden omdat de arbeidskorting alleen geldt als iemand werkt. Werkgevers kunnen op de belasting over de uitkering, onder voorwaarden, wel arbeidskorting inhouden. Op 15 november 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit verschil in behandeling in strijd is met het discriminatieverbod.

Tot en met 2026

Vanwege het discriminatieverbod is vorig jaar al besloten dat 2026 het laatste jaar is waarin een werkgever een arbeidskorting kan inhouden op de belasting over een uitkering. Vanaf 2027 mag dat dus niet meer.

Let op! Deze aanpassing treft ongeveer 11.000 werknemers die een van de volgende uitkeringen via hun werkgever krijgen uitgekeerd: WAO, WAZ, Wajong, WIA, ZW die is ingegaan voordat de werknemer bij je in dienst kwam, WAMIL en WW bij onwerkbaar weer en vanwege werktijdverkorting.

Lager nettoloon

Door het niet meer toepassen van de arbeidskorting wordt het nettoloon van de werknemer waarschijnlijk lager. Hoeveel lager is afhankelijk van de hoogte van het loon en de uitkering. De extra belasting die een werkgever moet gaan inhouden door het niet meer toepassen van de arbeidskorting kan oplopen tot maximaal 31% van de bruto-uitkering.

Let op! Dit geldt alleen voor werknemers die de uitkering via hun werkgever krijgen uitbetaald. Voor werknemers die de uitkering van het UWV ontvangen, verandert er vanaf 2027 niets.

Tip! De Belastingdienst geeft in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, uitgave 1, 19 augustus 2026, meer uitleg over het niet meer toepassen van de arbeidskorting. Hierin zijn een stappenplan voor 2026 en 2027 en diverse voorbeelden opgenomen.

Vanaf dit najaar vergoeding UWV voor te lage WIA

Fouten UWV 

Uit onderzoek is gebleken dat de onjuiste uitkeringen onder meer veroorzaakt werden door een foute vaststelling van het dagloon in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.

Een andere oorzaak is gelegen in het niet indexeren van het dagloon tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022.

Tenslotte wordt ook compensatie geboden naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor WIA-uitkeringen waarvan het recht inging op of na 1 juli 2015 met een uiterste datum van dagloonvaststelling op 4 augustus 2025. Deze uitspraak betrof de vaststelling van het dagloon in situaties waarin een werknemer in de WIA-referteperiode (dit is het jaar voordat iemand ziek werd) in een kalendermaand geen inkomen heeft genoten.

Netto uitkering

Uitkeringsgerechtigden die te weinig uitkering hebben gekregen, ontvangen een eenmalige netto vergoeding. Hierover hoeft geen loon- en inkomstenbelasting betaald te worden en de uitkering telt ook niet mee voor het verzamelinkomen. Dit betekent dat de uitkering geen invloed heeft op inkomensafhankelijke uitkeringen, zoals huur- of zorgtoeslag.

Tijdpad

Vanaf deze zomer horen de eerste uitkeringsgerechtigden of hun uitkering te hoog is, te laag, of gelijk blijft. Een te lage uitkering wordt direct aangepast, een te hoge pas na twee maanden. Degenen met een te lage uitkering horen ook welke eenmalige vergoeding zij ontvangen. Vanaf oktober 2026 worden de eerste vergoedingen uitbetaald.

Let op! Als blijkt dat de WIA-uitkering te hoog is vastgesteld, dan wordt het te veel ontvangen bedrag niet teruggevorderd.

Informatie

Uitkeringsgerechtigden worden door UWV op de hoogte gehouden over het verloop van de gang van zaken met betrekking tot de eenmalige netto vergoeding. Een wijziging van het dagloon wordt ook doorgegeven aan een eventuele pensioenuitvoerder. Bij eventuele vragen biedt UWV onafhankelijk financieel advies.

Let op! UWV start deze zomer met de hersteloperatie, maar deze duurt waarschijnlijk tot eind 2027. Het kan dus nog even duren voordat je bericht krijgt.

Verbreding doelgroep banenafspraak en invoering loonkostensubsidie

Verbreding toegang arbeidsmarkt

Op 2 juli stuurden de ministers Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Aartsen van Werk en Participatie een Kamerbrief met de vooraankondiging van een wetswijziging. Het kabinet wil dat iedereen die daartoe in staat is mee gaat doen op de arbeidsmarkt. Om die reden wordt onder meer de doelgroep van de banenafspraak verbreed. Daarnaast gaat de loonkostensubsidie (LKS) het leidende, rijksbrede instrument worden om de verminderde loonwaarde van een werknemer te compenseren.

Verbreding doelgroep banenafspraak

Op 20 februari 2024 is het principebesluit genomen dat de doelgroep van de banenafspraak wordt uitgebreid met personen met een WIA- of een WW-uitkering die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Dit betekent dat deze personen straks ook gebruik kunnen maken van de instrumenten van de banenafspraak: no-riskpolis, een loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak en straks ook de loonkostensubsidie (LKS). Er komt een wetsvoorstel waarin deze personen aan de doelgroep van de banenafspraak worden toegevoegd.

Loonkostensubsidie

Voor de WW en de WIA wordt de LKS beschikbaar gesteld. Dit geeft het UWV een instrument om de verminderde loonwaarde van werknemers te compenseren voor werkgevers. Bij de LKS gaat het om een financiële regeling voor werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen.

De LKS compenseert het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de lagere arbeidsproductiviteit (loonwaarde) van de werknemer. De werkgever betaalt op deze manier alleen voor de werkelijke productiviteit. Hiermee wordt hij gestimuleerd om iemand met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden. 

Wajong

In de Wajong wordt de loondispensatie vervangen door de LKS. Loondispensatie houdt in dat aan een werkgever toestemming wordt verleend om een Wajong-gerechtigde een loon uit te betalen dat lager ligt dat het wettelijk minimumloon. Dit maakt de regels voor werkgevers eenvoudiger en herkenbaarder. 

Let op! Er komt overgangsrecht dat inhoudt dat de LKS pas wordt ingezet als de beschikking loondispensatie afloopt. Het UWV verstrekt op dit moment maximaal vijf jaar loondispensatie. Hierdoor kan het overgangsrecht maximaal vijf jaar doorlopen.

Loonwaardemeting

Als de LKS wordt ingevoerd, wordt ook de loondispensatie in de Wajong vervangen door de LKS. De hoogte van de LKS wordt bepaald aan de hand van de loonwaarde van de werknemer. Daarvoor is nu nog een loonwaardemeting nodig.

Het is de bedoeling dat vanaf 2028 geen loonwaardemeting meer nodig is. De LKS wordt vanaf dat moment, ook voor de Wajong, standaard vastgesteld op 68% van het wettelijk minimumloon. Werkgevers krijgen daarmee een vaste LKS als zij iemand aannemen met een WW, WIA- of Wajong-uitkering die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon per uur kan verdienen.

Let op! Het betreft nog een voornemen dat nog in wetgeving moet worden omgezet.

Arbeidskorting op (aanvulling) zwangerschaps- en bevallingsuitkering?

WAZO-uitkering

Een werkneemster die met zwangerschaps- en bevallingsverlof is, heeft recht op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg (WAZO). Betaalt het UWV die uitkering aan jou als werkgever en betaal jij die door? Dan vormt dit loon uit tegenwoordige arbeid waarop je de witte tabel toepast. Dit betekent dat op deze WAZO-uitkering de arbeidskorting van toepassing is. De Belastingdienst is het met deze wetsuitleg eens.

Aanvulling op WAZO-uitkering

Betaal je de werkneemster ook een aanvulling op de WAZO-uitkering, dan geldt voor die aanvulling hetzelfde. De Belastingdienst geeft aan dat ook de aanvulling loon uit tegenwoordige arbeid vormt, waarop je de witte tabel toepast en waarop dus de arbeidskorting van toepassing is.

Werkneemster uit dienst

Als de dienstbetrekking van de werkneemster tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof eindigt, kan het zijn dat je nog een WAZO-uitkering en een aanvulling daarop betaalt na het einde van de dienstbetrekking. Vormt dit dan nog steeds loon uit tegenwoordige dienstbetrekking waarop je de witte tabel en de arbeidskorting toepast?

De Belastingdienst geeft aan dat dit wel geldt voor de WAZO-uitkering die je betaalt na het einde van de dienstbetrekking, maar niet voor de aanvulling op de WAZO-uitkering. Op de aanvulling op de WAZO-uitkering kan de arbeidskorting dus niet worden toegepast.

UWV betaalt WAZO-uitkering

Betaalt het UWV de WAZO-uitkering dan mag ook het UWV de uitkering behandelen als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en de witte tabel toepassen.

Gewijzigde regels voor werken met asielzoekers

Werken asielzoeker

Een asielzoeker kan alleen bij je werken als je een tewerkstellingsvergunning (TWV) voor deze asielzoeker hebt. Er gelden dan geen beperkingen in het aantal weken per jaar dat de asielzoeker bij je mag werken. De asielaanvraag moet wel minimaal zes maanden in behandeling zijn voordat de asielzoeker bij je mag werken. Verder moet de asielzoeker een geldig Vreemdelingen Identiteitsbewijs (W-document) hebben.

Let op! Voor statushouders (asielzoekers met een asielvergunning) is geen TWV nodig. Datzelfde geldt voor asielzoekers die stage gaan lopen én een opleiding volgen in Nederland. Een asielzoeker die vrijwilligerswerk doet, heeft ook geen TWV nodig. De werkgever heeft dan wel een vrijwilligersverklaring nodig. Die kan de werkgever aanvragen bij het UWV.

Tewerkstellingsvergunning (TWV)

De TWV vraag je als werkgever aan bij het UWV. Het UWV geeft de TWV af en controleert daarbij ook of je als werkgever genoeg loon betaalt. Het loon moet namelijk marktconform zijn.

Wijzigingen per 12 juni 2026

Vanaf 12 juni 2026 mogen asielzoekers uit veilige landen niet meer werken in Nederland, dus ook niet als hun asielaanvraag al minimaal zes maanden in behandeling is. Hetzelfde geldt voor asielzoekers die liegen bij hun asielaanvraag of die een overdrachtsbesluit hebben. Een overdrachtsbesluit betekent dat een andere EU-lidstaat beslist over de asielaanvraag.

Let op! Deze regels gelden voor asielzoekers met een asielaanvraag vanaf 12 juni 2026.

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bepaalt tot welke categorie een asielzoeker hoort (wel toegestaan om te werken of niet toegestaan om te werken).

Aangekondigde wijziging

De regels voor asielzoekers om te mogen werken, gaan nog verder veranderen. Nu mogen asielzoekers die in de asielprocedure zitten na zes maanden gaan werken, straks mag dat al na drie maanden nadat hun asielprocedure is gaan lopen.

Let op! Het is nog niet bekend vanaf wanneer deze verandering ingaat.

Geen langere termijn UWV bij niet tijdig beslissen

Voorrang gestopt 

Het UWV heeft sinds januari 2026 de werkwijze aangepast. De prioriteit is komen te liggen op het uitvoeren van de WIA- en Wajong-beoordelingen. Dit betekent dat verzoeken om herbeoordelingen en bezwaarzaken langer blijven liggen. 

Het UWV gaf tot 1 januari 2026 voorrang aan dossiers waarin aanvragers in beroep waren gegaan bij de rechtbank vanwege het niet tijdig beslissen. Daardoor moesten aanvragers die geen beroep hadden ingesteld, langer wachten op een besluit. Vanaf 1 januari 2026 is dit onderscheid komen te vervallen. 

Beroepsprocedure 

Een belanghebbende heeft de mogelijkheid om naar de rechter te stappen als het UWV niet tijdig een beslissing neemt op een verzoek om herbeoordeling of in een bezwaarprocedure. Aan de rechter wordt gevraagd om het UWV te dwingen alsnog snel een besluit te nemen.  

Let op! De belanghebbende moet het UWV eerst schriftelijk in gebreke stellen en een extra termijn van maximaal twee weken geven om alsnog te beslissen. Beslist het UWV niet binnen die extra termijn dan kan pas de gang naar de rechter worden gemaakt. 

De rechter bepaalt vervolgens of het UWV een beslissing moet nemen en zo ja binnen welke termijn. Om zijn uitspraak kracht bij te zetten zal de rechter hier een dwangsom aan verbinden. 

Rechtbank houdt UWV aan beslistermijn van negen weken 

In eerdere procedures in 2025 besliste rechtbank Den Haag over zaken waarbij het UWV geen tijdige beslissing nam omdat er een medisch advies van een verzekeringsarts nodig was. De rechtbank besliste toen dat het UWV binnen zes weken na de uitspraak van de rechtbank een medische beoordeling door een verzekeringsarts moest laten uitvoeren. Verder besliste de rechtbank dat het UWV binnen negen weken een besluit bekend moest maken. 

De rechtbank Den Haag heeft nu voor de situatie vanaf 2026 geoordeeld dat de maximum beslistermijn van negen weken nog steeds passend is. Deze termijn wordt daarom niet verlengd. Bij het bepalen van die termijn heeft de rechter al rekening gehouden met het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV. 

Het UWV heeft zelf voor de nieuwe werkwijze gekozen waarbij geen voorrang meer wordt verleend aan zaken waarvoor beroep is ingesteld. Dit betekent dat het UWV zich ook bij de financiële gevolgen heeft neergelegd als er een dwangsom moet worden betaald omdat de termijn die de rechtbank in haar uitspraak stelt, niet wordt gehaald. 

Let op! Dit is een oordeel van rechtbank Den Haag. Het is niet bekend of andere rechters hier hetzelfde over denken. 

 

Tijdelijke werkwijze Eerstejaars ZW-beoordelingen eigenrisicodragers

De Wajong- en WIA-claimbeoordelingen hebben prioriteit, maar een deel van de resterende beoordelingscapaciteit wordt ingezet voor de EZWb voor ERD ZW.

Achtergrond tijdelijke werkwijze

Het UWV kan als gevolg van onder meer een tekort aan verzekeringsartsen en de gestegen aanvragen de sociaal-medische beoordelingen niet meer op tijd verrichten. Om die reden heeft het UWV besloten om voorrang te geven aan de Wajong- en de WIA-claimbeoordelingen. Het gaat in die gevallen om het vaststellen van het recht op uitkering en dus om duidelijkheid over een stuk inkomenszekerheid.

Het UWV zet de resterende capaciteit zo efficiënt mogelijk in door onder andere samen te werken met private partijen bij de EZWb voor ERD ZW. 

Private partijen

Dit voorjaar zijn afspraken gemaakt met het Platform Private Uitvoerders Sociale Zekerheid (PPUSZ), de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Afgesproken is dat het UWV in de periode van 1 mei tot en met 31 december 2026 3.400 EZWb’s uitvoert voor ERD ZW-werkgevers.

Aan de proef werken Acture, HCS en Robidus mee. Deze partijen leveren het UWV gericht dossiers aan van werknemers van ERD ZW-werkgevers, waarbij de indruk bestaat dat er een grote kans is dat de werknemer uit de Ziektewet stroomt. Op deze wijze kan zowel de instroom in de WIA worden beperkt (wat weer capaciteit scheelt) als ook aan schadebeperking worden gedaan voor de ERD ZW-werkgever.

Evaluatie

In september 2026 vindt er een evaluatie plaats. Daarna wil het UWV de beproefde werkwijze ook inzetten voor andere partijen. De verdere uitwerking daarvan zal worden afgestemd met de PPUSZ, de ABU en de NBBU.

 

Focus op spoor twee in het tweede ziektejaar

Verplichtingen bij zieke werknemer

Een werkgever is verplicht om minimaal 104 weken lang het loon door te betalen als een werknemer ziek en als gevolg daarvan arbeidsongeschikt is. Daarnaast moet de werkgever zich inspannen om de werknemer optimaal te re-integreren, bij voorkeur in zijn eigen werk dan wel in de eigen organisatie. Dit wordt re-integratie in spoor één genoemd.

Als duidelijk is dat terugkeer in het eigen werk dan wel de eigen organisatie niet te verwachten valt, moet gekeken worden naar mogelijkheden buiten de organisatie. Dit wordt re-integratie in spoor twee genoemd. Spoor twee moet uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie worden ingezet. 

Re-integratie spoor één versus re-integratie spoor twee

In spoor twee houdt de werknemer altijd de mogelijkheid om terug te keren in het eigen werk of de eigen organisatie. Er kan ook een zogenaamd tweesporenbeleid worden gevoerd. Dit houdt in dat de werknemer blijft opbouwen in spoor één en daarnaast nog een spoor twee traject volgt. Zolang het dienstverband voortduurt, is de werkgever ook verplicht tot re-integratie in spoor één. Dit laatste gaat nu mogelijk veranderen, omdat minister Aartsen van Werk en Participatie dit heeft opgenomen in een wetsvoorstel. 

Uitsluitend inzet spoor twee

Het is met name voor kleine en middelgrote bedrijven moeilijk een langdurig zieke werknemer te laten re-integreren. Niet altijd is er binnen de organisatie passend, ander werk beschikbaar. Vervanging regelen voor een zieke medewerker is vaak ook lastig. Het kabinet wil deze bedrijven nu tegemoetkomen door in het tweede ziektejaar uitsluitend en alleen in te zetten op re-integratie in spoor twee. Dit betekent dat de werknemer na het eerste ziektejaar niet meer kan terugkeren in het eigen werk. Spoor één wordt daarmee definitief afgesloten. De functie van de werknemer hoeft dan niet langer beschikbaar te blijven voor de werknemer. 

De loondoorbetaling blijft het tweede jaar wel nog bestaan. Dit geldt ook voor de verantwoordelijkheid voor de re-integratie bij een andere werkgever (spoor twee).

Overeenstemming of vervangende toestemming UWV

Werkgever en werknemer moeten het hier wel gezamenlijk over eens worden. Stemt de werknemer hier niet mee in, dan kan de werkgever vervangende toestemming vragen aan het UWV. 
Uiterlijk op de dag dat de werknemer 42 weken ziek is kan een kleine of middelgrote werkgever een aanvraag doen bij UWV. Uitgangspunt is dat UWV binnen acht weken na indiening van de aanvraag een beslissing neemt. Bij afwijzing of toekenning van de aanvraag kan door de werkgever dan wel de werknemer nog een procedure bij de rechter worden gestart.