Overslaan en naar de inhoud gaan

Thema’s: Ondernemen

Kabinet komt met aanpassingen in box 1, 2 én 3

Vermogenswinstbelasting in wetsvoorstel wet werkelijk rendement box 3

Het voorstel is om per 2028 alle financiële instrumenten onder de vermogenswinstbelasting te laten vallen. Naast onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups zal de vermogenswinstbelasting dan ook gelden voor andere aandelen, obligaties en opties. Het kabinet neemt in de uitwerking ook een regeling voor landgoederen binnen de natuurschoonwet mee.

Let op! Zo’n 10% van de vermogensbestanddelen valt in 2028 en 2029 dan nog niet in de vermogenswinstbelasting, maar in de vermogensaanwasbelasting. Het is de bedoeling dat de vermogenswinstbelasting voor deze vermogensbestanddelen in 2030 wordt ingevoerd.

Overige aanpassingen in box 3

De dekking van de aanpassing in box 3 en andere aanpassingen worden onder meer gevonden in box 3 zelf:

  • Het heffingsvrije vermogen in box 3 gaat in 2027 omlaag naar het niveau van 2020: € 30.846 per belastingplichtige.
  • Het heffingsvrije resultaat in het nieuwe box 3-stelsel bedraagt in 2028 geen € 1.800 zoals eerder voorgesteld, maar € 1.000.
  • Het forfait voor overige bezittingen – dat is alles wat geen banktegoed is, zoals huurinkomsten – gaat in 2027 met 1,5% punt omhoog. In plaats van 6,37% zal dit forfait in 2027 dan dus 7,87% bedragen!

Tarief in box 2 omlaag

Het voorstel is om in de jaren 2027 tot en met 2030 het tarief van de tweede schijf in box 2 met 1,8% punt te verlagen naar 29,2%. De hoop is dat dga’s door de verlaging meer dividend uitkeren, waarmee een deel van de box 3-aanpassingen en de andere aanpassingen gedekt kunnen worden.

Jaar Schijf Belastbaar inkomen box 2 Tarief
2026 1  tot € 68.843  24,50%
   2  vanaf € 68.843  31,00%
 2027  1  tot € 69.607  24,50%
   2  vanaf € 69.607  29,20%

 

Tip! Heb je een fiscale partner, dan kun je samen met je partner gebruikmaken van verdubbeling van de schijven. De eerste schijf van 24,5% loopt dan voor jou en je partner samen in 2026 tot € 137.686 en in 2027 tot € 139.214.

Bedrag excessief lenen in vijf jaar naar € 100.000

Een ander dekkingsvoorstel is het verlagen van de € 500.000 grens in excessief lenen bij de eigen bv naar € 100.000. Dit gebeurt in vijf stappen van € 80.000 per jaar, te beginnen in 2027. Eind 2027 is de grens dan € 420.000. Eind 2031 zal de grens € 100.000 zijn.

Let op! De uitzondering die nu al geldt voor eigenwoningschulden bij de bv blijft bestaan. Deze schulden tellen dus ook vanaf 2027 niet mee.

Aanpassing in box 1

Het kabinet wil werken meer laten lonen. Dit wil het kabinet niet langer doen door een verdere verhoging van de arbeidskorting. De arbeidskorting wordt daarom met € 133 verhoogd in plaats van € 173. Het kabinet verhoogt wel de grens waarboven het tarief van 49,5% geldt. In plaats van een inkomen vanaf € 78.426 begint het toptarief van 49,5% in 2027 vanaf € 80.578. Door deze verhoging wordt ook de algemene heffingskorting langzamer afgebouwd.

Hervorming WW en WIA uit de begroting

De eerder voorgenomen hervormingen op de WW, de tegemoetkoming arbeidsongeschikten en de WIA (IVA) van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaan niet door. Het kabinet wil met werkgevers en werknemers komen tot een sociaal akkoord met daarin de benodigde hervormingen. Het van de begroting halen van de hervormingen betekent dat dit ten laste gaat van de begrotingen van alle ministeries, met uitzondering van Defensie, Justitie en Veiligheid, het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds.

Let op! De aanpassingen in box 1, 2 en 3 worden opgenomen in een novelle. Deze novelle moet vóór 31 december 2026 door de Tweede én Eerste Kamer zijn aangenomen. Zoals het kabinet zelf al aangeeft is dat een ambitieus tijdpad. Het is nog afwachten of dat ook gehaald wordt.

De Cyber Resilience Act: ook voor het mkb!

Wat regelt de CRA?

De CRA stelt eisen aan producten met digitale elementen die op de Europese markt worden aangeboden. Vanaf 11 december 2027 moeten die producten voldoen aan veiligheidseisen. Ook moeten ze na verkoop veilig gehouden worden met updates. Zo weten je klanten waar ze op kunnen rekenen.

Let op! Het gaat niet alleen om fysieke apparaten zoals Internet of Things (IoT)-apparatuur (denk aan een slimme deurbel of thermostaat), firewalls of netwerkapparatuur. Ook software valt eronder, denk aan mobiele apps, videogames en besturingssystemen.

Wanneer raakt dit jou?

De CRA kent drie rollen, en elke rol heeft eigen verplichtingen.

Ben je fabrikant?

Dan heb je de meeste verplichtingen. Je bent integraal verantwoordelijk voor een veilig product en moet daar al vanaf de ontwerpfase rekening mee houden. Je ontwikkelt zelf, of je laat ontwikkelen en brengt het product onder je eigen merknaam op de markt.

Ben je importeur?

Dan moet je actief controleren of de producten die je invoert aan de CRA voldoen. Breng je het product onder je eigen merk op de markt? Dan gelden voor jou alle verplichtingen van een fabrikant.

Ben je distributeur?

Dan volstaat passende zorgvuldigheid. Je controleert of het product een CE-markering heeft. Twijfel je of het product voldoet, dan breng je het niet op de markt.

Let op! Je hoeft geen techbedrijf te zijn om fabrikant te worden genoemd. Laat je software of een apparaat ontwikkelen en verkoop je dat onder je eigen naam, dan ben je volgens de CRA een fabrikant, met alle bijbehorende verplichtingen.

Wat moet je dan doen?

De CRA stelt eisen aan zowel het product als aan je processen. Je voert een risicoanalyse uit en gebruikt die als basis voor een veilig ontwerp, waarbij je kwetsbaarheden en reële risico’s wegneemt. Daarna moet je het product veilig houden gedurende de verwachte levensduur, met een ondersteuningsperiode van minimaal vijf jaar. Ontdek je een kwetsbaarheid, dan bied je zo snel mogelijk een gratis veiligheidsupdate aan.

Als fabrikant moet je ook laten controleren of je product aan de eisen voldoet, een zogeheten conformiteitsbeoordeling, en vervolgens de CE-markering aanbrengen. Voor reguliere producten zoals apps, games en IoT-apparatuur mag je die beoordeling zelf uitvoeren. Voor beveiligingssoftware, netwerkapparatuur en besturingssystemen mag dat alleen op basis van Europese normen. Bij firewalls, hypervisors of smartcards is een externe beoordelaar verplicht.

Let op! Eén verplichting geldt al eerder. Vanaf 11 september 2026 moet je actief misbruikte kwetsbaarheden en ernstige beveiligingsincidenten melden bij het Nationaal Cyber Security Centrum, en wel binnen 24 uur na ontdekking. Dat kan via MijnNCSC of het CRA-meldformulier.

Tip! Wil je weten in welke categorie jouw product valt en wat dat betekent? De Gids Cyber Resilience Act van de RDI geeft per categorie voorbeelden van veelvoorkomende producten.

Twijfel je of de CRA op jouw producten van toepassing is, of wil je weten wat er dan van je wordt verwacht? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

 

Box 2 tarief in 2027 gelijk, toch in 2026 nog dividend?

Tarief in box 2

De tarieven in box 2 zijn in 2027, op basis van de Prinsjesdag 2026 stukken, gelijk aan 2026. De schijven waarbinnen deze tarieven van toepassing zijn, worden wel iets verhoogd. In tabelvorm:

  Jaar  Schijf  Belastbaar inkomen box 2  Tarief
 2027  1  tot € 69.607  24,50%
   2  vanaf € 69.607  31,00%
 2026  1  tot € 68.843  24,50%
   2  vanaf € 68.843  31,00%

Dividend 2026 of 2027?

Het voorgaande betekent dat je in 2026 tot een dividend van € 68.843 van het lage tarief van 24,5% kan profiteren. In 2027 kan dit tot € 69.607. Is het dividend in een jaar hoger, dan bedraagt het tarief 31% in zowel 2026 als 2027.

Let op! Heb je een fiscale partner, dan kun je samen met je partner gebruikmaken van verdubbeling van de schijven. De eerste schijf van 24,5% loopt dan voor jou en je partner samen in 2026 tot € 137.686 en in 2027 tot € 139.214.

Beoordeel je dividendplanning en ga na of spreiding over 2026 en 2027 mogelijk voordelig is. Dit zal onder meer ook afhangen wat het bestedingsdoel is (komt het in box 3 of niet), het effect op de algemene heffingskorting en of je excessieve schulden (vanaf € 500.000, exclusief eigen woningschulden) aan je bv hebt.

Let op! Overleg hierover met een van onze adviseurs.

Toch nog verhoging box 2-tarief?

Het zal je niet ontgaan zijn dat de politiek er zeker nog niet uit is. De belastingplannen voor 2027 zijn weliswaar op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer aangeboden, maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook zo de eindstreep gaan halen. De ervaringen uit de afgelopen jaren leren ons dat op de valreep, bij stemming in de Tweede Kamer en Eerste Kamer, er nog aanpassingen kunnen komen. Het is daarom nog niet zeker dat het tarief in box 2 in 2027 gelijk blijft aan in 2026. Houd daar rekening mee!

Lagere verzuimboete bij vergelijkbaarheid bv met eenmanszaak

Verzuimboete te late aangifte

Als je niet of te laat je aangifte inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) doet, kan de Belastingdienst je een verzuimboete opleggen. Deze verzuimboete bedraagt in 2026 voor de IB € 469 voor een eerste verzuim en kan oplopen tot € 6.709 bij vaker verzuim.

Voor de Vpb is de boete veel hoger, namelijk in 2026 € 3.354 bij een eerste verzuim. Deze verzuimboete kan bij vaker verzuim ook oplopen tot € 6.709.

Let op! Er is pas sprake van een verzuim als je niet binnen de op de aanmaning vermelde termijn je aangifte hebt ingediend. Ontvang je een aanmaning vanwege het niet indien van je aangifte, dien dan binnen die termijn alsnog je aangifte in.

Eerste verzuim bv

Een bv had de aangifte Vpb te laat ingediend. Het betrof een eerste verzuim. De bv gaf aan dat dit kwam omdat vergeten was uitstel aan te vragen voor het indienen van de aangifte. De Belastingdienst legde een verzuimboete op naar een bedrag van € 2.757 (het toen geldende bedrag bij een eerste verzuim). Na bezwaar van de bv, verminderde de Belastingdienst de verzuimboete naar € 1.000.

De bv vond de verzuimboete van € 1.000 nog steeds disproportioneel in verhouding tot het verzuim. De bv vond zichzelf ook vergelijkbaar met een eenmanszaak en vond dat de boete ook daarmee vergelijkbaar moest zijn.

Vergelijkbaar met eenmanszaak

De rechtbank vond de bv ook vergelijkbaar met een eenmanszaak. De bv had een omzet die paste bij een eenmanszaak (de omzet was in 2022 € 196.960). Daarnaast was sprake van een eerste verzuim en had de bv de aangiftes van latere jaren wel op tijd ingediend. Om die reden vond de rechtbank de verzuimboete van € 1.000 te hoog en verlaagde deze naar € 500.

Let op! De Belastingdienst heeft zich in deze casus neergelegd bij het oordeel van de rechtbank en geen hoger beroep ingesteld.

Tot € 1.250 subsidie voor jouw cyberweerbaarheid

Wat houdt de subsidie in?

Via Mijn Cyberweerbare Zaak is er in 2026 opnieuw €1 miljoen beschikbaar voor ondernemers die hun cyberweerbaarheid willen vergroten. De subsidie vergoedt 50% van de kosten voor de aanschaf of implementatie van een of meerdere cyberweerbaarheidsmaatregelen, met een maximum van €1.250 per aanvrager. 

Let op! Het budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, dus op is op, ook als dat eerder is dan de sluitingsdatum van 30 november.

 

Voor wie?

De subsidie is bedoeld voor zzp’ers en mkb-bedrijven met maximaal 50 medewerkers en een jaaromzet van maximaal €10 miljoen.

Waarvoor kan je de subsidie inzetten?

  • De subsidie geldt voor acht categorieën maatregelen:
  • veilige netwerktoegang of wifi,
  • een wachtwoordmanager,
  • tweefactorauthenticatie (2FA) of multifactorauthenticatie (MFA),
  • Patch-management, oftewel tools of diensten voor het automatisch controleren en uitvoeren van beveiligingsupdates,
  • antivirussoftware,
  • het instellen en testen van back-ups,
  • een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), en
  • een cyber awareness training voor je medewerkers.

 

Tip! Twijfel je waar je moet beginnen? Doorloop eerst de gratis CyberVeilig Check. Je krijgt dan een persoonlijke actielijst met verbeterpunten, die je meteen kunt gebruiken bij je subsidieaanvraag.

Let op!Niet alles komt in aanmerking. Certificeringskosten kunnen niet worden vergoed vanuit de subsidie. Maatregelen voor websites, webshops, online platformen, betaalsystemen en cloudwerkplekken vallen ook niet onder deze regeling.

 

Hoe vraag je de subsidie aan?

De aanvraag verloopt in drie stappen. Eerst doorloop je de CyberVeilig Check en download je je actielijst. Daarna schaf je de maatregelen aan die op je actielijst staan en die in aanmerking komen voor subsidie, en bewaar je de facturen en betaalbewijzen. Tot slot dien je je aanvraag in bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), inclusief je actielijst, factuur en betaalbewijs. Let erop dat je maar één aanvraag per bedrijf kunt doen, dus verzamel al je facturen voordat je een aanvraag indient.

Tip! Je hoeft niet alle maatregelen uit je actielijst al te hebben doorgevoerd om in aanmerking te komen.

Let op!Heb je al eerder subsidie gekregen voor een bepaalde maatregel, dan kun je daar niet nogmaals subsidie voor aanvragen. Je komt ook niet in aanmerking voor de subsidie als je zelf cyberweerbaarheidsmaatregelen aan anderen levert.

Wil je weten welke maatregelen voor jouw bedrijf het meeste opleveren, of hulp bij het aanvragen van de subsidie? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

 

 

Nieuwe subsidie voor onderzoek naar energiehubs

EHUB’s

Met een EHUB kunnen lokale ondernemingen door samenwerking hun energievoorziening op elkaar afstemmen. Het opwekken, transporteren, opslaan, omzetten en verbruik van elektriciteit wordt dan op elkaar afgestemd. Zo kan bijvoorbeeld te veel opgewekte zonne-energie worden gedeeld met een ander bedrijf.

Nieuwe subsidie

De overheid wil netcongestie tegengaan en daarom EHUB’s stimuleren. Daar komt een nieuwe subsidie voor beschikbaar, de subsidie Onderzoek Energiehubs. De subsidie is voor scans en voor studies naar nieuwe of uit te breiden bestaande EHUB’s. Een scan is een verkennend onderzoek. Een studie is een uitgebreider onderzoek, waarbij je een plan maakt voor de vorming van een nieuwe EHUB of voor de uitbreiding van een bestaande EHUB.

Let op! Je krijgt alleen subsidie voor een scan als het gaat om een nieuwe EHUB. Voor een uitbreiding van een bestaande EHUB kun je geen subsidie krijgen voor een scan, maar wel voor een studie. 

Omvang subsidie

Er is in totaal € 9,6 miljoen subsidie beschikbaar.

De subsidie voor een scan bedraagt maximaal € 5.000 als deze wordt uitgevoerd met maximaal vier partners. Bij meer dan vier partners bedraagt de subsidie maximaal € 8.000. 

Bij een studie naar de vorming van een nieuwe EHUB wordt maximaal 70% van de kosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 42.000. Bij onderzoek naar uitbreiding van een bestaande EHUB wordt 40% van de kosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 32.000.

Let op! Vraag je subsidie aan voor zowel een scan als een studie, dan tellen de kosten van de scan mee in het subsidiebedrag voor een studie. Het maximale subsidiebedrag voor de studie geldt dan niet. 

Voorwaarden

Er moeten minstens drie ondernemingen samenwerken om voor de subsidie in aanmerking te komen. Deze ondernemingen moeten een grote aansluiting (3 x 80 ampère) hebben en mogen niet aan elkaar verbonden zijn.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden op de website van RVO.

Aanvragen subsidie

De subsidie kan worden aangevraagd van 1 oktober 2026 9.00 uur tot 1 mei 2027 17.00 uur. De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Bij overschrijding van het budget wordt er geloot. Aanvragen kan digitaal via RVO.nl..

Voorstel Zelfstandigenwet vanaf 2028

Onrust en onduidelijkheid

Sinds het vervallen van het zogenaamde handhavingsmoratorium is er veel onrust en onduidelijkheid over de vraag of je als zelfstandige kunt werken. De huidige wet en de invulling in de jurisprudentie (onder meer het Deliveroo- en het Uber-arrest) bieden zeker de mogelijkheid om als zelfstandige te werken. Veel opdrachtgevers willen echter geen risico lopen en sluiten zelfstandigen (onnodig) uit.

Zelfstandigenwet

Daarom introduceert het kabinet binnenkort het wetsvoorstel Zelfstandigenwet. Hiermee zou meer duidelijkheid moeten komen voor zelfstandigen en opdrachtgever. Bovendien moet de wet schijnzelfstandigheid tegengaan.

Uitgangspunten

De uitgangspunten in de nieuwe wet worden onafhankelijkheid van de zelfstandige, het dragen van ondernemersrisico’s door de zelfstandige en de vrijheid van de zelfstandige om zelf het werk te organiseren. Hiervoor worden in de wet twee toetsen opgenomen met een beperkt aantal concrete criteria:

  • de zelfstandigentoets (ziet op de vraag of de werkende zelfstandig is), en
  • de werkrelatietoets (ziet op vrijheid en onafhankelijkheid en dus het ontbreken van gezag).

Vervolg

De inhoud van de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets wordt eind september 2026 in een internetconsultatie voorgelegd. Iedereen die dat wil kan daarop dan reageren. Het kabinet streeft er naar om het wetsvoorstel daarna zo spoedig mogelijk voor te leggen bij de Raad van State. De Tweede en Eerste Kamer kunnen het wetsvoorstel dan in 2027 in behandeling nemen.

Ook zakelijke post van Belastingdienst digitaal

Aangifte en aanslagen inkomstenbelasting (IB)

Het was al mogelijk om in je berichtenbox aan te geven dat je de uitnodiging tot het doen van aangifte IB en je voorlopige en definitieve aanslag IB niet-winst alleen nog digitaal van de Belastingdienst ontvangt.

De digitale post komt in je berichtenbox op Mijn Overheid en/of in je berichtenbox app. Je kunt zo’n keuze weer herzien. Vanaf dat moment ontvang je de post van de Belastingdienst weer op papier.

Let op! Zet wel je e-mailnotificatie aan in Mijn Overheid zodat je een e-mail krijgt als er digitale post is.

Tip! De Belastingdienst heeft op de website een stappenplan voor het kiezen voor digitale post.

Zakelijk post

In Mijn Belastingdienst Zakelijk kun je nu ook doorgeven dat je zakelijke post alleen nog digitaal wilt ontvangen. Je ontvangt dan niet meteen alle zakelijke post digitaal. De Belastingdienst geeft aan dat de eerste brieven over de btw binnenkort digitaal beschikbaar zijn. Daarna komen de overige btw-brieven en tot slot de post over andere zakelijke belastingen digitaal beschikbaar.

Is a foreign taxpayer entitled to the full business expense allowance?

Entrepreneur’s allowance 

The entrepreneur’s allowance comprises the self-employed person’s allowance (in Dutch: zelfstandigenaftrek), the allowance for research and development (in Dutch: aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk), the co-worker’s allowance (in Dutch: meewerkaftrek), the start-up allowance in the event of incapacity for work (in Dutch: startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid), and the cessation allowance (in Dutch: stakingsaftrek). These allowances may be deducted from business profits for the purposes of income tax. 

Foreign taxpayers 

Foreign taxpayers are taxed in the Netherlands to the extent that they receive Dutch income. Dutch income includes, amongst other things, the profit generated by a foreign entrepreneur’s permanent establishment in the Netherlands. The question is whether the entrepreneur’s allowance may be deducted in full from the profit of this permanent establishment or whether a different allocation must be made?  

Worldwide profit is the starting point 

For the portion of the foreign entrepreneur’s profit that is taxable in the Netherlands, the letter of the law first requires the global profit to be determined, i.e. the foreign entrepreneur’s total profit, including profit earned outside the Netherlands. The Tax and Customs Administration states that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption (in Dutch: mkb-winstvrijstelling)are deducted in full from these worldwide profits. The profit taxable in the Netherlands is that part of the worldwide profit, after deduction of the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption, which is attributable to the Dutch permanent establishment.  

The business allowance is therefore not deducted in full from the profits of the permanent establishment, but in proportion to the ratio of Dutch profits to total worldwide profits.

SME profit exemption 

The Tax and Customs Administration states that the portion of the SME profit exemption that may be charged against the profit taxable in the Netherlands must be determined in the same way as for the entrepreneur’s allowance. 

Please note! According to the Tax and Customs Administration, the fact that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption must be determined in the manner described above also follows from a 2010 ruling by the Supreme Court (in Dutch: Hoge Raad). 

Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op volledige ondernemersaftrek?

Ondernemersaftrek

De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek. Genoemde aftrekken mogen op de winst uit onderneming in de inkomstenbelasting in mindering worden gebracht. 

Buitenlands belastingplichtigen

Buitenlands belastingplichtigen worden in Nederland belast voor zover ze Nederlands inkomen genieten. Nederlands inkomen is onder meer de winst die behaald is met een vaste inrichting van de buitenlandse ondernemer in Nederland. De vraag is of de ondernemersaftrek volledig in mindering mag worden gebracht op de winst van deze vaste inrichting of dat een andere toerekening plaats moet vinden?

Wereldwinst is uitgangspunt

Voor het in Nederland te belasten deel van de winst van de buitenlandse ondernemer moet naar de letter van de wet eerst de wereldwinst worden bepaald, ofwel de gehele winst van de buitenlandse ondernemer inclusief de buiten Nederland behaalde winst. De Belastingdienst antwoordt dat op deze wereldwinst de ondernemingsaftrek en mkb-winstvrijstelling volledig in mindering wordt gebracht. De in Nederland belastbare winst is het deel van de wereldwinst na aftrek van de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling, dat valt toe te rekenen aan de Nederlandse vaste inrichting.

De ondernemersaftrek komt dus niet volledig in mindering op de winst van de vaste inrichting, maar naar evenredigheid van de winstverhouding Nederlandse winst versus totale wereldwinst.

Ook mkb-winstvrijstelling

De Belastingdienst geeft aan dat welk deel van de mkb-winstvrijstelling ten laste van de in Nederland te belasten winst kan worden gebracht op dezelfde manier moet worden bepaald als bij de ondernemersaftrek.

Let op! Dat de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling op bovenomschreven manier dienen te worden bepaald, vloeit volgens de Belastingdienst ook voort uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010.